Nieuw onderzoek wijst uit: twee keer zoveel vrouwen sterven bij acuut hartinfarct, eerste minuten van levensbelang
26 April 2012
Utrecht, 26 april 2012 - Uit vergelijkend wetenschappelijk onderzoek is duidelijk geworden dat bij een acuut hartinfarct het sterftecijfer onder vrouwen tweemaal zo hoog is als bij mannen. Vrouwen blijken de signalen van een acuut hartinfarct minder goed te herkennen en minder snel de huisarts of 112 te bellen. Ook voor ouderen blijkt dit te gelden. De eerste minuten zijn duidelijk van levensbelang. Door goede organisatie van zorg en meer bewustzijn en kennis onder patiënten, kan de overlevingskans sterk worden verbeterd. Daarom is het project ‘NVVC Connect’ door de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC) in het leven geroepen. Op 26 april wordt in Alkmaar het startschot gegeven voor het project over de totale zorg voor patiënten met een acuut hartinfarct.
Het acute hartinfarct is helaas nog steeds een van de meest voorkomende oorzaken van sterfte en invaliditeit in Nederland. Per jaar worden er meer dan 27.000 patiënten opgenomen met een acuut hartinfarct.
‘NVVC Connect’ heeft tot doel de zorg voor patiënten met een acuut hartinfarct te verbeteren. Uitgangspunt daarbij is een sterke en goed samenwerkende keten: van huisarts en ambulance tot en met dottercentrum en revalidatie. De Europese en Nederlandse richtlijn stelt dat binnen 90 minuten na het eerste contact van de patiënt met de hulpverlening de behandeling van het infarct moet plaatsvinden. Om dit te realiseren, dient de keten van zorgverleners zo efficiënt mogelijk te zijn georganiseerd. Hierdoor is het mogelijk gezamenlijk het sterftecijfer terug te dringen, de preventie en kwaliteit van zorg te verbeteren en hartrevalidatie te stimuleren.
Sterftecijfer bij vrouwen twee keer zo hoog
Uit vergelijkend wetenschappelijk onderzoek van cardiologen uit ziekenhuizen met een dottercentrum uit Leiden (LUMC), Alkmaar (MCA) en Leeuwarden (MCL) blijkt dat vrouwen gemiddeld 17 minuten later behandeld worden in het ziekenhuis bij een acuut hartinfarct dan mannen. Mannelijke patiënten worden binnen 175 minuten na de eerste symptomen behandeld, vrouwelijke patiënten na 192 minuten. Het verschil zit in de periode van herkenning door de patiënt tot het eerste contact met hulpverleners. Vrouwen blijken minder snel de huisarts of 112 bellen, omdat ze de symptomen minder goed herkennen. Door deze vertraging is onder vrouwen het sterftecijfer tweemaal zo hoog als onder mannen. In de eerste 7 dagen na het infarct overlijdt gemiddeld 3,0% van de mannelijke patiënten en 6,0% van de vrouwelijke patiënten. Binnen een jaar na het infarct overlijdt 6,6% van het aantal mannen en 9.9% van het aantal vrouwen. De schade door vertraging in de eerste minuten is niet meer te herstellen. Voor ouderen blijkt hetzelfde te gelden, wellicht omdat zij al langer rondlopen met andere klachten en de signalen van een acuut hartinfarct vervolgens niet kunnen onderscheiden van de bestaande klachten. Alertheid, snelheid en een goed samenwerkende keten van hulpverleners en artsen zijn tijdens de eerste minuten van levensbelang.
Voor het onderzoek zijn in de periode van 2006 tot 2010 3483 patiënten door de drie ziekenhuizen gevolgd. Gemiddeld werden zij binnen 79 minuten na het eerste contact met hulpverleners behandeld. Bovendien neemt bij deze drie ziekenhuizen het sterftecijfer af, van gemiddeld 9,4% van het aantal patiënten met een acuut hartinfarct in 2006 naar 7,5% in 2009. Het sterftecijfer over de gehele periode ligt op 259 van de 2383 patiënten die voor dit onderzoek zijn gevolgd.
Doelstellingen ‘NVVC Connect’
Met ‘NVVC Connect’ wordt op regionaal niveau in kaart gebracht hoe de zorg rondom cardiologische behandelingen in een bepaalde regio is georganiseerd. Daarvoor worden regionale afspraken geïnventariseerd en bekrachtigd, landelijke prestatie-indicatoren geregistreerd en regionale speerpunten belicht. Door informatie te delen (op lokaal, regionaal en landelijk niveau), zorg te dragen voor een goede registratie en door betere voorlichting aan het publiek, wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van de cardiologische zorg.
Speerpunten daarbij zijn onder andere de preventie en signalering van het infarct en het stimuleren van hartrevalidatie. Ondanks de gevolgen blijft 37% van het aantal patiënten roken na een eerder hartinfarct, dotterbehandeling of hartoperatie. Door de permanente aandacht, structurele monitoring, toetsing en het vervolgens weer inpassen van nieuwe verbeteringen, komt de zorg in een continue verbetercyclus terecht. Elke minuut winst door goed georganiseerde zorg in de regio is van levensbelang voor de patiënt.
Keurmerk Connect-proof
Ziekenhuizen die deelnemen aan NVVC Connect staan voor de best mogelijke kwaliteit van cardiologische zorg. Wanneer cardiologen binnen een regio, in samenwerking met de keten van zorgverleners, de zorg in kaart hebben gebracht en structureel en waar nodig verbeteren, ontvangen de deelnemende ziekenhuizen het ‘Connect-proof’ keurmerk. Patiënten krijgen met dit keurmerk de garantie voor de best mogelijke kwaliteit van cardiologische zorg.
Noot aan de redactie, niet voor publicatie:
Voor meer informatie:
- Monique Peters, directeur NVVC, via tel. 06 466 90 157
- Justine Krenning, Reputatiegroep, via j.krenning@reputatiegroep.nl of tel. 06 148 18 706
NVVC roept zorgverzekeraars op witte lijsten te volgen bij zorginkoop
10 February 2012
PERSBERICHT NVVC: Utrecht, 9 februari 2012 – Patiënten moeten voor topklinische cardiologie steeds vaker veel verder reizen dan noodzakelijk is. Ziekenhuizen die aan alle strenge kwaliteitseisen van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC) voldoen voor dotteren en het plaatsen van ICD’s (defibrillator) worden desondanks door bepaalde zorgverzekeraars niet gecontracteerd. “Een zeer ongelukkige ontwikkeling”, stelt prof.dr. Martin Schalij, voorzitter van de NVVC. De vereniging roept alle zorgverzekeraars op om de zogeheten Witte lijsten van de vereniging te volgen voor wat betreft de inkoop van topklinische cardiologische zorg en hier niet van af te wijken. Voor de grote zorgverzekeraars zijn de Witte lijsten het selectiecriterium bij hun zorginkoop. Bepaalde verzekeraars blijken de lijst te negeren, ondanks het feit dat de ziekenhuizen op deze lijst aan zware kwaliteitseisen voldoen. De NVVC sluit met de Witte lijsten naadloos aan op het beleid van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) gericht op concentratie en spreiding van zorg.
“Om op de zogeheten witte lijsten te komen, moeten ziekenhuizen en cardiologische centra aan strenge kwaliteitseisen voldoen, onder andere als het gaat om het aantal behandelingen, bijvoorbeeld tenminste 600 dotterbehandelingen”, legt Martin Schalij uit. “De NVVC heeft begrip voor de positie van de zorgverzekeraar, maar als een centrum op de witte lijst staat dan voldoet het aan alle eisen zoals gesteld door het ministerie van VWS en aan de strenge kwaliteitseisen van onze beroepsvereniging.”
Deze certificering geeft de hoge mate van kwaliteit aan van het centrum, door te voldoen aan alle kwaliteitseisen van de vereniging. Deze witte lijsten vormen tevens een belangrijke aanvulling op de toetsing van de WBMV (Wet op Bijzondere Medische Verrichtingen, ofwel WBMV-vergunning) door de Inspectie voor de Gezondheidzorg (IGZ).
Kwaliteit centraal
De NVVC staat voor kwaliteit van zorg voor alle patienten met hart en vaatziekten. De afgelopen jaren is het kwaliteitsbeleid en de toetsing daarvan dan ook een belangrijk onderwerp geweest. Volumenormen voor hoog risico procedures zijn gepubliceerd, kwaliteitsvisitaties zijn geprofessionaliseerd en er is een systeem van certificering van ziekenhuizen in het leven geroepen (de zogenaamde Witte Lijsten). Op dit moment bestaat er een Witte lijst voor PCI centra en een Witte lijst voor ICD centra. Centra die op deze lijst staan voldoen aan alle eisen van de vereniging voor wat betreft kwaliteit (zoals geformuleerd in richtlijnen).
Onrust en verwarring onder patiënten door slechte registratie van indicatoren
2 December 2011
De Nederlandse vereniging voor Cardiologie (NVVC) pleit voor het instellen en gebruik van zogeheten gevalideerde landelijke databases voor prestatie-indicatoren. De NVVC heeft hierover een brandbrief gestuurd naar het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Aanleiding is het onjuiste gebruik en verkeerde interpretatie van prestatie-indicatoren, waardoor patiënten onnodig op het verkeerde been worden gezet en bang worden gemaakt. Bovendien wordt hierdoor de reputatie van zorgprofessionals geschaad. “Er vindt momenteel geen of onvoldoende controle plaats op de onderliggende data. Gevolg is dat data of niet zijn te vergelijken of – erger nog – niet betrouwbaar zijn”, stelt prof. Martin Schalij, voorzitter van de NVVC. “Kortom, wie hoog scoort op sterftecijfers wordt aan de schandpaal genageld, wie laag scoort krijgt lof. Maar in de praktijk blijkt er dan sprake te zijn van onderregistratie of registratieverschillen.”
Prestatie-indicatoren zijn ook voor de NVVC een belangrijk hulpmiddel bij het verbeteren van de zorg, onder andere omdat de kwaliteit van de geleverde zorg kan worden gespiegeld aan de prestaties van anderen. Voor wat de cardiologische zorg betreft kan dan ook worden gesteld, dat zowel de indicatoren van IGZ als de door de beroepsvereniging opgestelde normen hebben bijgedragen aan een meetbare verbetering van de zorg rondom patiënten met een acuut hartinfarct. Dit heeft geresulteerd in een sterke daling van de sterfte van in ziekenhuizen opgenomen patiënten in de laatste tien jaar.
De keerzijde van de huidige werkwijze is echter het gebrek aan controle op de hardheid van de cijfers en de interpretatie daarvan. Schalij: “Een schrijnend voorbeeld was recent de publicatie van zogenaamd slechte zorg in bepaalde ziekenhuizen zonder overleg met de beroepsgroep zelf. Vervolgens geven politici en patiëntenverenigingen commentaar zonder kennis van zaken. Dat geldt ook voor de indicator sterfte na eerste polikliniek-bezoek. Die is zeker hoger dan nul procent, zoals in de publicaties naar voren komt, terwijl er geen enkele vraag werd gesteld over ziekenhuizen die dit soort getallen aanleverden. Integendeel, een zeer lage sterfte werd als goed beschouwd, terwijl het feitelijk een teken van onderregistratie of verkeerde registratie is.”
Vragen over kwaliteit
Eerder al kregen diverse ziekenhuizen ten onrechte het verwijt dat ze niet aan de kwaliteitsnormen voldeden voor bijvoorbeeld pacemakers. Het ging echter om normen voor een beperkt aantal centra met een speciale vergunning voor implanteerbare ICD’s (Implanteerbare Cardioverter-Defibrillator). “Doordat ziekenhuizen ten onrechte werd verweten dat ze niet aan kwaliteitseisen voor cardiologische zorg voldeden, ontstond er grote onrust onder hun patiënten en kregen cardiologen vragen over de kwaliteit van hun werk”, aldus Schalij. “Als NVVC zijn we zeer betrokken bij de ontwikkeling van prestatie-indicatoren en richtlijnen om de kwaliteit van zorg nog verder te verbeteren, maar helaas dreigen we nu het tegenovergestelde te bereiken: onrust en verwarring onder patiënten.”
Met de brandbrief aan de VWS wil de NVVC een signaal afgeven en discussie starten over het beter gebruik van indicatoren en betrouwbare registratie. Schalij: “In feite gaat het er dus om dat deze data voor de beroepsgroep cruciaal zijn, maar dat ziekenhuizen zelf dit soort data niet voorhanden hebben of goed registreren. Daardoor ontstaan er dus ongelukken. Voor de betrouwbaarheid van de zorg is het belangrijk dat er snel meer landelijke databases komen, waar getallen uit gehaald kunnen worden. Deze zijn er nu onvoldoende. Daarbij moeten uiteraard ook patiënten en zorgverzekeraars worden betrokken, evenals een goede financiering.”
Utrecht, 2 december 2011
Noot aan de redactie, niet voor publicatie:
Voor meer informatie: Monique Peters, directeur NVVC, tel. 030.2345000
Cardiologen roepen 1.500 patiënten op voor extra controle
4 January 2012
De Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC) ondersteunt de oproep van de Inspectie voor de Gezondheidszorg om ICD (Implantable Cardioverter Defibrillator) patiënten met een defibrillatie electrode van het type Riata (8F en 7F) van fabrikant St Jude Medical op te roepen voor een radiologisch onderzoek. Bij een beperkt aantal patiënten met de genoemde types van deze St Jude Medical defibrillatie electrode, kan een verhoogde slijtage optreden van de siliconenbuitenlaag. Dit kan leiden tot een inefficiënte of ongewenste extra schok aan het hart wat mogelijk gezondheidsrisico’s kan veroorzaken. Ook de pacemaker functie van het apparaat kan hierdoor minder goed werken. Patiënten die het betreft, worden door het eigen ICD‐centrum opgeroepen voor een onderzoek. Daar wordt gecontroleerd of de ICD normaal functioneert. In de meeste gevallen gaat het slechts om een extra controle, in een aantal gevallen leidt het wellicht tot een hernieuwde ingreep.
ICD’s controleren en detecteren te snelle en abnormale hartritmes. Wanneer een dergelijk abnormaal hartritme wordt gedetecteerd wordt er een schok (shock) gegeven aan het hart. Deze schok wordt verzonden via elektroden die het hart verbinden met de defibrillator. De schok stopt de hartritmestoornis, en herstelt het normale hartritme van de patiënt. Uit onderzoek en klachten is gebleken dat de ICD-leads van de genoemde types van St Jude Medical verhoogde slijtage vertonen van het isolatiemateriaal van de elektrode. Hierdoor kan het voorkomen dat de ICD niet meer goed functioneert. In navolging van de Amerikaanse FDA heeft nu ook de Inspectie besloten dat patiënten met een ICD met deze typen electroden moeten worden opgeroepen voor een extra controle.
Informatie over de type en modellen van St Jude Medical zijn te vinden op de website van de Inspectie (IGZ). De patiënt kan dit vervolgens controleren aan de hand van zijn of haar eigen identificatiepasje. In Nederland gaat het naar schatting om circa 1.500 patiënten, die in één van de ICD‐centra zijn behandeld.
Oproep
De patiënten die het betreft, krijgen de komende weken een oproep van de behandelend
cardioloog. Daarbij zal aan de hand van een radiologisch onderzoek worden bepaald of
er sprake is van extra slijtage. In veel gevallen zal er een afspraak worden gemaakt voor
extra controles. In een beperkt aantal gevallen zal een defibrillatie elektrode worden
bijgeplaatst of worden vervangen, afhankelijk van de patiënt en in overleg met de
behandelend arts.
De NVVC en Inspectie hebben in overleg met de fabrikant hierover alle cardiologen inmiddels geïnformeerd. Patiënten hoeven zelf geen actie te ondernemen, maar krijgen een oproep. Bij vragen of problemen wordt patiënten geadviseerd zelf contact op te nemen met het ziekenhuis en/of de eigen cardioloog.
Utrecht, 4 januari 2012
Voor meer informatie: Monique Peters, directeur NVVC, tel.030.2345000
Meer hartrevalidatie voorkomt onnodige ziekenhuisopnames
7 October 2011
NVVC PERSBERICHT Utrecht, 7 oktober 2011 – Intensievere programma’s voor hartrevalidatie kunnen per jaar vele tientallen ziekenhuisopnames en zelfs doden voorkomen. Dat is één van de conclusies van het najaarscongres van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC) met als thema ‘Preventie als interventie’, dat gisteren en vandaag is gehouden. "Na een aandoening aan het hart, zoals bijvoorbeeld een infarct, is hartrevalidatie een zeer effectief middel om te herstellen”, stelt prof. dr. Martin Schalij, voorzitter van de NVVC. “Het is gericht op het verbeteren van de hartconditie door leefstijl en de algehele lichaamsconditie. Daarnaast leren patiënten omgaan met vermoeidheid, benauwdheid, pijn op de borst en angst. Hartrevalidatie geeft daarmee ook een betere kwaliteit van leven.” Momenteel is echter het aantal patiënten dat hartrevalidatie krijgt aangeboden veel te laag. De NVVC start daarom in samenwerking met de patiëntenvereniging De Hart&Vaatgroep een intensief voorlichtingsprogramma voor zowel patiënten als hulpverleners.
Tijdens het tweedaagse najaarscongres van de NVVC hebben ruim 600 cardiologen uit Nederland zich gebogen over het thema ´Preventie als interventie´. Doordat de kosten in de gezondheidszorg de komende jaren toenemen, wordt preventie van hart- en vaatziekten steeds belangrijker. Daarbij wordt gekeken naar de toepassing van nieuwe technologische mogelijkheden, zoals telecardiologie en nieuwe medicijnen, zoals de zogeheten combinatiepil. “Belangrijke, innovatieve ontwikkelingen, die voor de patiënt grote vooruitgangen betekenen. Maar soms gaat het ook gewoon om oplossingen dichtbij huis, zoals meer patiënten die gebruik gaan maken van hartrevalidatie.”
Motivatie
Het aantal patiënten dat momenteel preventief of na een hartaandoening hartrevalidatie krijgt is veel te laag, zo heeft de NVVC geconstateerd. Dit is vaak te wijten aan een combinatie van factoren, variërend van gebrek aan kennis tot gebrek aan motivatie. Ook is het aanbod van hartrevalidatieprogramma’s in Nederland nog te laag. Met hartrevalidatieprogramma’s worden aantoonbaar goede resultaten geboekt en zorgt zo voor lagere sterfte en het voorkomen van vele onnodige ziekenhuisopnames. Patiënten moeten daar beter over worden geïnformeerd, stelt de NVVC. Een ander verbeterpunt blijkt het tijdstip van het aanbod. De patiënt krijgt een programma aangeboden op een moment dat hij/zij daar nog geen behoefte aan heeft, of er wordt juist te veel zorg tegelijkertijd aangeboden.
Ook een knelpunt is de samenwerking tussen hulpverleners. Doordat er veel hulpverleners betrokken zijn rond de re-integratie en werkhervatting – van bedrijfsarts, arbeidsdeskundige of verzekeringsarts tot arbeidsbegeleiders - komt het hartrevalidatieprogramma soms in de knel.
Bellen naar pacemakers en ICD’s voor controle
Een van de nieuwe mogelijkheden voor de preventie van hart- en vaatziekten is telecardiologie. Hierbij wordt via de telefoon de controle gedaan van pacemakers en ICD´s (defibrillatoren die dienen om levensbedreigende snelle hartritmestoornissen te stoppen). Bovendien is het mogelijk te volgen of deze apparaten hun werk goed doen. Dit scheelt voor een patiënt een aantal bezoeken aan het ziekenhuis. Bovendien kan op deze manier het hart van de patiënt vaker en eenvoudiger in de gaten worden gehouden.
Combinatiepil verlaagt risico op hartaandoening of beroerte
Andere belangrijke ontwikkelingen liggen op het gebied van antistolling, cholesterol en de polypil, ofwel combinatiepil. Deze laatste combineert vier medicijnen tegen hart- en vaatziekten in één pil. Zo bevat de pil een milde bloedverdunner, een cholesterolverlager en twee bloeddrukverlagende middelen. Het grote voordeel voor de patiënt is dat het risico op een hartaandoening of beroerte vermindert. Op dit moment wordt nog onderzoek gedaan naar de bijwerkingen.
Noot voor de redactie, niet voor publicatie:
Voor vragen is het mogelijk contact op te nemen met:
Monique Peters, NVVC, via (06) 46690157
Justine Krenning, Reputatiegroep, via j.krenning@reputatiegroep.nl of (06) 14818706.

